Ik lag op kamer 211 deze keer. Het kan niet altijd Kamer 241 zijn. Niet in Ieper, maar in Antwerpen. Niet in het ziekenhuis, maar in een echt hotel. Een goed bed. Leuke badkamer. En vooral, geen afgrijselijke kamergenoot in een veel te spannend pyjamabroekje. Neenee. Met de Westhoek op stap. En overal waar we gaan, nemen we de Westhoek mee. Zoals het hoort.
Een tweedaagse rond kindvriendelijkheid. En jij mocht mee? Ja, ik mocht mee. Het klinkt misschien een beetje tegendraads. Maar daar hadden ze in het Grom een oplossing voor: een tomatendraadoproller. Geen idee wat tomatendraad is. Maar ik kon met een gerust gemoed kamer 211 opzoeken in de wetenschap dat er een oproller voor bestaat. Leuk museum. Vergeten landbouw- en keukenmateriaal. Leuke tuin. Vergeten groenten. Leuke rondleiding. Vergeten drankje. Een beetje droog dus. Sint Katelijne Waver is natuurlijk de Westhoek niet.
Gelukkig waren ze beter voorzien in kinderrestaurant Sens Unique. Lekker eten. Genoeg te drinken. Echt iets voor ons. We hadden graag nog de flipperkast uitgeprobeerd op de bovenverdieping. Maar er waren andere kinderen bezig. Een kleine ontgoocheling. Iedereen kreeg als troost een snoepje bij het buitengaan. En we waren content.
En dan nog Lommel. Schitterend bezoekerscentrum. Op kindermaat. Want dat was de bedoeling van de trip. Of ze hier geen Lommelbier zouden hebben. Wat wij dan al vlug een Lommeltje zouden noemen. Jammer maar helaas. Het enige beschikbare streekbier was Brugse Tripel. Daar moet je dan zo een eind voor rijden. De garçon was niet op de hoogte van het niveau van zijn publiek.
Het probleem met tweedaagsen is dat ze maar twee dagen duren. En dat we veel te snel weer moesten vertrekken. Geen probleem. We mochten terug naar het mooiste stukje Vlaanderen, met echte streekbieren. Een vriendelijke speeltuin voor grote kinderen. De Westhoek. Waar Blaudzun me opwachtte in Diksmuide. En het beste optreden gaf dat ik de laatste jaren mocht meemaken…