Peter Gombeir – Kamer 241

Happy people have no stories

Peter Gombeir – Kamer 241 - Happy people have no stories

J. Bernlef

Vaarwel, oude held…

Prachtig

Beroemd maar dood vroeg hij: en
wat bleef er van mij over?

Ik wees op een losse regel
een uit zijn verband gerukt citaat
meestal toegeschreven aan een ander.

 

Voetafdruk op een verlaten strand
vol lege, uitgewoonde schelpen.

 

Prachtig is de onsterfelijkheid
maar wat doen wij in de tussentijd?
——————————
uit: ‘Vreemde wil’, J. Bernlef, 1994.

Madeleine – The oldest of sisters

Het is een familieverhaal. Oma zaliger die haar ziel ging geven voor een goede pot koffie. Haar naam was Madeleine. Want zo heten oma’s nu eenmaal. Op een dag kwam ze terecht in ’t Convent in Reninge. Verscholen tussen de bergen van Heuvelland en de broeken van Vleteren. Ze raakte er niet over uitgepraat. De roodkoperen kan. De vlekkeloze bediening. De beste koffie die ze ooit dronk. Het is een verhaal van de jaren stillekes. Lang geleden. Maar het gaat nog altijd mee.

Een dikke 20 jaar later denken veel mensen nog altijd over de Westhoek in termen van de jaren stillekes. Ze moesten eens weten. Enkele flanken van de Heuvellandse bergen zijn ondertussen getransformeerd in wijngaarden. Vleteren telt nu naast de Sint Sixtusabdij nog 2 befaamde brouwerijen. Biscuiterie Destrooper uit Lo-Reninge bouwde een wereldwijde reputatie en een schitterend bezoekerscentrum op. Het is dan ook niet te verwonderen dat het jong keukengeweld van ’t Convent, Sébastien Ververken, de streek en de producten van de Westhoek hoog aanschrijft. Lukken van Destrooper. Vleterse bieren van De Struise Brouwers. Heuvelland. Allemaal favorieten. Een chef naar mijn hart.

En bij hem was ik te gast. Vroeger was ’t Convent een boerderijtje. Opgeknapt door kunstenaar José Vermeersch. En dat voel je nu nog. Het heeft tegelijk ook wel iets eigentijds, al was het maar door de moderne sculptuur in de tuin. Ik stond voor dezelfde voordeur als Madeleine. Ging dezelfde trap op naar de aperitiefruimte. Misschien zat ik wel op dezelfde stoel. En keek ik op dezelfde muur. Het deed me wel iets. Want ooit zat oma hier ook.

Nu is het mijn beurt. Met charmant Toerisme Westhoek gezelschap. Zoals het hoort. Een menu om U tegen te zeggen. Schitterend aperitief met schitterende hapjes. In een zolder met oude muurschilderingen. Alle kerken van de omliggende parochies staan er afgebeeld. Het kader was al even charmant als mijn gezelschap. Naar het restaurant voor het menu. Zeetong met grijze garnalen, prei en rode ui als voorgerecht. Het klinkt simpeler dan het is. Eigentijds gepresenteerd. Maar to the point. Zoals het hoort voor een Westhoek chef. Culinair hoogstaand. Perfect opgediend op borden met een ontwerp van José Vermeersch. Want zijn ziel leeft hier nog altijd verder.

Wilde eend met girolles en knolselder als plat de résistance. Zo noemen ze dat blijkbaar. Verfijnd. What you see is what you get. Allemaal met aangepaste wijnen, dat spreekt. En we proefden dat het goed was. En niet gewoon goed, maar perfect. Het menu had het over ‘appel, witte chocolade, vanille, karamel’ als dessert. Ik zag het al voor me. Een stuk appeltaart met wat witte toefen ondefinieerbaar schuim, en een overdosis karamel. Maar ik zat er compleet naast. Gelukkig. Één lijn. Met stukjes appel. Rondjes van vanille met karamel. En witte chocolade. Holy crap. Madeleine had hierbij moeten zijn. Want ook zij was een zoetemondje. Sommigen zouden dit sex on a plate noemen. Oma zou dergelijk taalgebruik echter nooit goedkeuren, al helemaal niet in deze context.

En de roodkoperen kan voor de koffie? Ééntje hebben we er zien passeren. Voor een tafeltje habitués. Dat zijn we nog niet. Ongetwijfeld nog altijd hoogstaande koffie. De beste die je kan drinken. Vlekkeloze bediening. Wij kozen echter voor de Ierse en de Italiaanse variant. Geen kannetje dus. Niet erg. De hele avond had ik het gevoel dat oma goedkeurend over mijn schouder meekeek. Trots op haar kleinzoon. Back to the roots. Maar dan wel niet meer in een vorm die zij zou herkennen. En dat is zo slecht nog niet…

Dit verslag op de Humo-site
Website jong keukengeweld
’t Convent

Don’t mind the future

Beste geachte,
Ik ben een jongen van 34 jaar. De meesten zijn dan al een man. Maar ik voel me nog een jongen. Tot vorig jaar had ik een zeer normaal leven. En dat was niet erg. Geen huisje. Geen boompje. En geen beestje, behalve een kanarievogeltje, Jean-Marie. En dat was niet erg.

Je vraagt je ondertussen ongetwijfeld al af waar dit naartoe gaat. Ik ben geen grote fan van Dallas. Dallas? Juist ja. Nooit geweest. Maar nu er een nieuwe versie op tv komt, kan je er niet naast kijken. De enige personages die ik ken, zijn JR en Bobby Ewing. Toegegeven, die laatste enkel van naam, en omdat Patrick Duffy hem vertolkt. Die speelde ooit de vader in Step by Step. Met de ravissante Christine Lakin als dochter. Maar dat is niet erg.

Bobby Ewing heeft iets aan zijn rekker. GIST en zo. GIST? GIST. Ik weet het, niemand kent het. Behalve de ingewijden. Een raar gevoel hoor. Zo een vreemd ding van 20 centimeter in je buik. Elke keer als Bobby naar zijn maag grijpt, herken je wel de pijn. Of toch wat hij denkt dat de pijn moet zijn. Hij weet het niet. Enkel van horen zeggen. De pietzak. Een rasacteur… Maar hij doet dat wel goed. En zo horen niet-ingewijden eens de naam vallen. Kan nooit kwaad.

En zo, beste geachte, verblijf ik hier, een jongen van 34 jaar. De meesten zijn dan al een man. Maar ik voel me nog een jongen. Tot vorig jaar had ik een zeer normaal leven. Bobby Ewing kent ondertussen het gevoel. En dat was goed. Don’t mind the future.

Sweet Dreams

Martha. Net thuis van een maand Amerika. Bezoek aan haar zoon. Die daar werkt. En woont. Met zijn vrouw. Een Zweedse. Elkaar leren kennen in Kenia. Wat een spannend leven heeft hij toch. Niet zoals Martha. Na een maand Amerika is het weer gewoon boodschappen doen. Met haar gewone Volkswagen. In een gewoon dorp. Op een gewone dinsdagmiddag.

Een beetje treuzelen tussen de rekken. Hopen dat iemand opmerkt dat ze net een verre reis heeft gemaakt . Dan kan ze een praatje maken. Opzettelijk tegen de winkelkar van de meneer voor haar rijden. Met een vet Amerikaans accent ‘sorry’ zeggen. Het maakt weinig indruk. Net als haar I hartje NY t-shirt.

Vragen aan een rekkenvulster of ze ook Amerikaanse producten hebben. ‘Neen mevrouw, het is Afrikaweek’. Pindasoep. Of bakbananen. Een heel rek vol. Geen marshmallows, cranberryjuice, hamburgers of popcorn. Jammer. Alweer een conversatiekans verkeken. Was haar zoon nu maar in Kenia gebleven. Dan kon ze een episch avontuur over bakbananen en malaria opdissen.

Naar de kassa dan maar. Traag alles op de band zetten. Inladen. Betalen. ’64 euro en 33 eurocent mevrouw’. Ze ziet haar kans schoon. ‘Ik ben het niet meer gewoon, die euro’s, na een maand met dollars.’ Het hele verhaal. De kassierster veinst interesse. Aangenaam voor de slungel die ongeduldig in de rij wacht. Haar kar wat wegduwen. Met een vet Amerikaans accent ‘sorry’ zeggen. Het maakt indruk. En weg is ze.

Martha. Net thuis van een maand Amerika. Bezoek aan haar zoon. Wat een spannend leven heeft hij toch. Niet zoals Martha. Met haar gewone Volkswagen. In een gewoon dorp. Op een gewone dinsdagmiddag. Misschien toch maar eens bellen vanavond. Om herinneringen op te halen. En haar Amerikaans accent wat bij te schaven.

Heroes

Soms, heel soms, kom je helden tegen. Neenee, niet Vincent Kompany. In de tijd dat dit geschreven is mocht hij weer een slordige 1000€ op zijn rekening schrijven. De rufter. Jaloers? Vaneigens dadde…

Maar je had het over echte helden? Jawel. Een alweer epische Westhoek ontdekkingstocht vanmiddag. Ooghoek. Parking oldtimermuseum. Ooit gedacht dat dit bij Vleteren hoorde. Maar het is Lo-Reninge. Niet erg. De DeLorean. DeLorean? Ik herhaal. Dé DeLorean.  DMC 12. Nog nooit eerder in levende lijve mogen aanschouwen. Back to the Future. Letterlijk. Zo een exemplaar dat Vincent K. zonder probleem, na een paar uur gewoon Vincent K. zijn, kan kopen. Vleugeldeuren in volle glorie. Een van de 8583 gebouwde exemplaren. In de Westhoek. Koude rillingen bij een oldtimermuseum. Je komt nog eens iets tegen. Machtig.

Ik zie je al denken. Een auto is geen held. Klopt. Een auto kost geld. Maar dat is een andere discussie. Daarom. Eddy Ameye. Eén van de laatste borstelmakers in Izegem. Land van borstels en schoenen. Mooi in beeld gebracht op de regionale zender. Een levende held. Ritmisch bewegend. Samen met de machines. Een volksdans die je nog zelden ziet. Den blok zagen. Dan gaten maken in den blok. De vezel op lengtes snijden. En dan naar de machien. Met veel passie. Trots. Métier. En een beetje een pruillip. Misschien mistroostig omdat zijn ambacht verdwijnt. Of al verdwenen is. Hij is de laatste. Eddy Ameye. Held.

Soms, heel soms, kom je helden tegen. Zelfs in de Westhoek. Of West-Vlaanderen. Een auto. Of een Eddy. Maar om er zelf een te worden, is meer nodig. Trots. Ambacht. Vleugeldeuren. Métier. We zouden allemaal wel helden kunnen zijn. Zelfs al is het maar voor een dag.