Peter Gombeir – Kamer 241

Happy people have no stories

Peter Gombeir – Kamer 241 - Happy people have no stories

Bonnie & Clyde

bonnie_and_clydeIk neem je mee. Naar een plek hier ver vandaan. Zoals die twee. Leven van de liefde en een overval zo nu en dan. Enkel als het nodig is. Laat ons er geen gewoonte van maken. En geen slachtoffers. We doen maar alsof. Maakt het zoveel leuker.

Ik neem je mee. Naar onbekende oorden. Zoals die twee. Laat ons van niets en niemand iets aantrekken. Gewoonweg weg. Zonder achterom te kijken. Jij met je baret. Ik een fancy hoed. Geen idee waar we terecht komen. Zolang het maar ver genoeg is van hier. Maakt het zoveel leuker.

Ik neem je mee. Naar nieuwe horizonten. Zoals die twee. Een roadtrip zonder einde. Met de Vespa. Een classic muscle car. Voor mijn part  met de tandem. Of de bakfiets. Zolang ik maar niet te veel moet duwen. Maakt het zoveel leuker.

Ik neem je mee. Naar een plaats uit je wildste dromen. Zoals die twee. Amerika. Cuba. Ijsland. Monaco. Abele plage. Leven van de liefde en een overval zo nu en dan. Zonder achterom te kijken. Een avontuur zonder voorgaande. We zien wel waar het leven ons brengt. En daarbij, we doen maar alsof. Maakt het zoveel leuker…

Orinoco Flow

Verdomme, Vivian zal weer kwaad zijn. Die laatste biertjes waren er te veel aan. Gelukkig wilde Fred me naar huis brengen.

“Kalm aan op de drempels, zo stil mogelijk, Vivian mag niet wakker worden!”

De walm van te veel bier en sigaretten vult de auto. Fred rijdt behoedzaam de villawijk binnen. Alles draait. Eventjes ogen dicht. Maar het helpt niet. Moet hij net nu een plaat van Neerlands Hoop opleggen? De tol van de roem dan nog, om me nog wat te jennen. En hij praat maar door, over die geplande hervorming van de podiumkunsten. En de rol van Vivian. Hoe erg het wel is. Want zijn dochter, Renske, wil ook op toneel. Of dat nog zal kunnen. Uitholling van de Kunst en Cultuur. Met hoofdletter K en C, zo zei Fred het.
“Kan jij er niets aan doen, je bent toch getrouwd met de minister.”
De halfverteerde kroket, de borrelnootjes en de laatste cola, om alles te verdoezelen, spelen op. Gelukkig, we zijn er.

“Bedankt Fred, ik praat nog wel eens met Vivian over die hervorming.”
Het komt er lallend uit. Fred moest eens weten wie de broek aan heeft ten huize Oomen. Ik in elk geval niet. Vivian doet haar zin, ze blijft zelfs haar meisjesnaam gebruiken. Alsof ik niet besta, of niet belangrijk ben. En als er dan een feestje is, zoals vanavond van het werk, komt ze nooit mee. Maar voor een artikel in de boekjes is alles peis en vree. Zij voert het woord, en roept dan wel voor de foto. Schone schijn.

Gaandeweg de tel kwijt geraakt. Twee glazen wodka-orange als aperitief. Een paar wijntjes bij het eten. Cognacje bij de koffie. Daarna… Bier. Veel bier. Het is allemaal Viv’s schuld. De auto rijdt weg, de uitlaat hapert toch. Vinger voor de mond. SSSSCCHHHTTT! Naar de voordeur. Sleutel zoeken… Van de linkerjaszak, naar de rechterbroekzak. Nergens te vinden. Juist ja, in de auto laten liggen. Verdomme, Vivian zal weer kwaad zijn. Niet aanbellen, niet wakker maken, ongemerkt binnen sluipen. Naar het tuinhuis, daar ligt altijd wel iets van materiaal. Stom idee om grind te gebruiken. Viv’s idee. Het knispert onder de schoenzolen. Vinger voor de mond. SSSSCCHHHTTT! Alsof dat iets zal helpen. Sleutel nemen van het tuinhuis. Ligt altijd onder de bloempot met de sanseveria’s. Deur open. Het eerste het beste nemen. Een bijl. Ongebruikt. Want Viv vond dat toch iets te gevaarlijk.

Terug naar de voordeur. Proberen subtiel het raam naast de deur stuk te slaan. Stil. Ijdele hoop. Klingelklangel. Nu is ze zeker wakker. Whatever. Wat was het plan ook weer? Ik kan toch nooit door dit raam? Moet ik toch nog aanbellen…
“Vivian, ik ben het, sleutels vergeten.”

hollandsglorieEen beweging achter de trap. Vivian komt tevoorschijn.

“Ik schrok me te pletter, Ferrie. Kon je niet gewoon bellen? Ik dacht dat er inbrekers waren!”
Ze huilt. Verontwaardigd? Boos? Bang? Neen. Ze stottert “Tijger is dood.” Ik neem haar in mijn armen, geef haar een zoen op haar voorhoofd, en probeer haar te troosten. Eventjes is alles weer zoals vroeger.

Het estafetteverhaal wordt geschreven door literair debutanten uit 2012. Elke debutant krijgt maximaal 500 woorden om een vervolg te schrijven. Opdracht was tevens de titel: ‘Hollands Glorie’. Lees hier het volledige verhaal.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=kOoiqb69RsM]

Bloodbuzz Ohio

Godverdomme, ze ziet er goed uit. En dat net terwijl je trui, perfect gekozen voor een wintertype, ruikt naar ziekenhuis. Geen idee hoe het komt. Vergeet flashbacks naar oude liefdes, overbodige ringen of lievelingen. Neen, teruggevoerd naar iets wat je liefst voor altijd vergeet. De geur van morfine, smof en tazoscin. En oude kamergenoten met gebreken. Geen idee waarover dit gaat? Prijs je gelukkig…

Daar zit je dan. Met een trui. Die ruikt. Naar ziekenhuis. Tegen de buurman wat onnozelheden uitkramen. In de hoop dat het hem niet opvalt. Nu, waarschijnlijk herkent hij de geur niet. Maar toch voel je je alsof je in het geniep een scheet liet, en kort nadien merkt dat het spreekwoord klopt. Blaffende honden bijten niet, maar wat met honden die niet blaffen. De geur verspreidt zich meer en meer. Ze zit ver genoeg, hopelijk merkt ze het niet. Negeren, zoveel mogelijk.

En het is hier warm! Nog een zweetwalm erbij. Zou ze iets door hebben? Waarschijnlijk niet. Ze ziet me toch niet staan. Of zitten. Misschien best. De meneer vooraan doet zijn best om het interessant te maken. Ijdele hoop. Eventjes ogen dicht. Terug naar een tijdje geleden. Fresubin. Plat water. Boterhammen zonder korstjes. Zeemanpyjama’s. Dokters die hun verhaaltje vertellen. Wensen dat je weg mag. Hopen op een leuke toekomst. Alles verdringen. Eventjes. Naar hoe het zou kunnen zijn. His and hers.

Plots wakkergeschud. Vergadering gedaan. Diep inademen. Checken of iemand het merkt. Misschien nog een drankje en een hapje straks. Je weet maar nooit hier. Dan kan de walm van goedkope cheeto’s en zoute koekjes de andere verbergen. Want die trui ruikt nog altijd. Naar ziekenhuis. Ze staat aan de andere kant van de kamer. Ver genoeg om niets in de gaten te hebben. En godverdomme, ze ziet er goed uit…

1000 soldaten

“Ik moet nu weg. Al veel te lang blijven hangen. Nog 1 foto. Maar dan moet ik echt weg. Wat een zottekot.”

Zo sprak Laurens Nuyens vorige week in de wandelgangen van de Boekenbeurs. De Lau. Dat doet al meer belletjes rinkelen ongetwijfeld. Een kleine man eigenlijk. Maar wel razend populair. Blijkbaar. Ik nam een foto, en stapte verder. Daar, Kim Clijsters. Goedele Liekens. Gert Verhulst. Het schaamhaar- en borstenboekenmeisje. Jeroen Meus. Sergio Herman. Een graphic novel auteur. En nog veel meer ander volk dat ik niet ken.

Een circus. Place m’as-tu vu lag 10 dagen lang in Antwerpen. Een keer per jaar mogen auteurs hun schrijvershol verlaten. Een keer per jaar staan zij centraal. Worden ze aanbeden door hun publiek. Handjes schudden met concullega’s. Want het is een hard wereldje. Staan ze met soms ongepaste arrogantie te blinken achter een tafeltje. Wachten op een fan om een handtekening te zetten.  Socializen. Omdat het zo hoort.

Ook ik. Niet dat ik me schrijver noem. Maar nu er een boek is, wilde ik het niet missen. Het was een keer iets anders. Terwijl iedereen stond te dringen bij Astrid Bryan, zus van, kon niemand nog bij mij raken. En zo kan je altijd een uitleg verzinnen. Ik was niet de enige. Gelukkig. Meer dan 1000 auteurs. Een beetje zoals soldaten die wachten op het sein om over the top te gaan. Zonder de melancholie van toen. Neen. Dit was leutig. Amusement. Een avontuur. En meer zou eigenlijk niet moeten. Waarschijnlijk ben ik daar iets te Westhoeks in. Gelukkig.

En nu is het gedaan. Kruipen de auteurs weer in hun schrijvershol. En werken ze verder aan hun nieuwe meesterwerk. Want volgend jaar moeten ze er weer staan. Een beetje cynisch dat het net op 11 november afgelopen is. Op de dag dat we 35 miljoen slachtoffers van WO1 herdenken. 20 keer meer dan het totaal aantal bezoekers van deze boekenbeurs. Het plaatst alle succes enigszins in perspectief…

Quatre Mains

Ze heeft tristesse in haar ogen. Zelfs een glimlach kan die niet verbergen. Noch haar schijnbaar zorgeloos bestaan. Vrolijk meedoen. Graag gezien. Veel om jaloers op te zijn. Zelf schat ze het anders in. En de tristesse blijft. Niemand weet waarom. Behalve zij. En niemand kan die weghalen. Behalve zij.

Een ring rond haar vinger. Geen idee rond welke, of wat de ring betekent. Daar let je niet op. En dan nog, zowat elke streek heeft eigen regels rond ringen en vingers. Moeilijk allemaal. Gekregen van een verloren liefde? Die ze intens liefhad? Haar lieveling? Misschien noemde hij haar mus. En zij hem scheet. Vier handen op één buik. Maar nu niet meer. Of ze het ooit nog kan. Houden van. En of ze het nog wil.

Groot verdriet. Toen het niet meer was. Nooit meer. Nooit weer. Dat hield ze zichzelf voor. Vrolijk blijven meedoen. Het raakte haar ogenschijnlijk niet. Veel gehad aan haar vrienden. Maar na een tijdje was het bij iedereen al wat uitgewist. Je kan er ook niet over bezig  blijven. Een verweerde liefde. Niemand noemt haar nog mus. En zij noemt nooit nog iemand scheet. Het leven gaat verder. Voor iedereen. Behalve voor haar.

Ze heeft tristesse in haar ogen. Zelfs een glimlach kan die niet verbergen. Noch haar schijnbaar zorgeloos bestaan. Of ze het ooit nog kan. Houden van. En of ze het nog wil. Ze vindt het misschien gewoon een mooie ring. Zonder meer. Haar lieveling.

Één ding is zeker. Wie nooit liefhad, leefde niet.